Wie regelmatig in de buurt van de campus van Communicatiemanagement komt, heeft mij waarschijnlijk al eens voorbij zien zoeven. De wielen onder mij vangen (helaas) nogal wat blikken. Maar, wie mij ziet, ziet niet alleen wielen, meestal lopen daar ook vier pootjes naast. Waar je mij ziet, zie je Blondie, waar je Blondie ziet, zie je mij. Ja, Blondie, zo noem ik haar even, want haar echte naam moet zo geheim mogelijk blijven. Waarom zoveel mysterie?

Tekst: Lieze Plaetevoet. Foto: Twitter Lieze.

Blondie is altijd bij mij, en mag dan ook echt overal binnen, want ze is niet zomaar een hond, ze is een hulphond. Ze helpt mij bij een heleboel ‘simpele’ dingen, die in een rolstoel een stuk minder gemakkelijk zijn. Ondertussen loopt er al bijna zes jaar een hond naast mij, en krijg ik hier ook heel wat (steeds terugkerende) vragen over. Ja, soms tot vervelens toe. Dus ik dacht: ik maak een Q&A over mezelf en mijn hulphond! Hieronder vind je antwoord op de meest gestelde vragen aan hulphondbaasjes.

Vraag 1: “Huh, ik dacht dat iedereen met een ‘geleidehond’ blind was?”

Niet dus. Een blindengeleidehond is het bekendste type assistentiehond, maar is zeker niet het enige. Een assistentiehond helpt zijn baasje met bepaalde zaken, op wat voor manier dan ook. Onder die honden bestaan er verschillende types, waaronder de blindengeleidehond en de hulphond, maar bijvoorbeeld ook een epilepsiehond, die zijn baasje waarschuwt wanneer hij een aanval zal krijgen.

Vraag 2: “Waar helpt je hond dan juist mee?”

Iedere hulphond kent, als hij ‘afgestudeerd’ is, een 50‐tal commando’s. Het is belangrijk dat je hulphond vooral naar jou luistert, vandaar dat we liever niet hebben dat andere mensen de naam kennen/noemen. Een van de belangrijkste skills van Blondie is apporteren. Een ‘gewone’ hond raapt zijn bal op, zij brengt mij letterlijk alles wat je maar kan bedenken. De bril op mijn nachtkastje, de afstandsbediening in de zetel, mijn gsm die gevallen is, maar evengoed de zak chips die te laag staat in de winkel. Daarnaast doet ze ook deuren en lades open en dicht, trekt ze mijn jas uit, en kan ze lichten aan‐ en uit doen. Dat laatste is vooral handig voor baasjes die, zoals ikzelf, ’s avonds niet zelfstandig in‐ en uit bed kunnen. Vroeger had ik (menselijke) assistentie nodig wanneer ik moest gaan slapen. Niet leuk, want soms kwamen die al om 21 u. Dankzij Blondie kan ik er zelf voor kiezen om in bed nog te netflixen of een boek te lezen, zolang ik dat zelf wil.

Ook qua veiligheid speelt ze een belangrijke rol. Blondie blaft nooit spontaan, enkel als ik haar dat vraag. ‘Waar is dat nu goed voor?’, hoor ik je denken, maar zo’n kleine gedragsverandering kan echt een groot verschil maken. Want, als Blondie dan plots wel blaft, valt dat meteen op. Zo wordt die blaf eigenlijk een noodsignaal. Mijn familie en vrienden weten dat ze best eens een kijkje komen nemen als ze een hond aanhoudend horen blaffen. Dat geeft mij en mijn ouders echt een gevoel van veiligheid, want we weten dat zij, in gelijk welke situatie, altijd alarm zal slaan.

Vraag 3: “Hoe wordt zo’n hond opgeleid?”

Hulphonden kunnen dat natuurlijk niet allemaal zomaar, ze moeten een opleiding volgen die twee jaar duurt. De puppy’s worden geselecteerd wanneer ze acht weken oud zijn. Er wordt voornamelijk gewerkt met labradors en golden retrievers. Vooral omdat dat heel sociale en slimme honden zijn, die graag commando’s uitvoeren voor hun baasje. Een puppy wordt gescreend op karakter, daarna volgt er een medische keuring. Als de puppy voldoet aan alle criteria, gaat hij naar een gastgezin. Daar leert hij de basiscommando’s, maar moet hij ook gewend raken aan allerlei verschillende omgevingen en situaties. Daarom gaat hij letterlijk overal mee naartoe, naar de winkel, naar de cinema, een concert… Later zal hij zijn baasje ook overal volgen, tegen dat moment moet hij natuurlijk vertrouwd zijn met de wereld. Tijdens die periode gaat de hond ook regelmatig oefenen in het trainingscentrum.

Na de gastgezinperiode, gaat de hond terug naar Hachiko, of de ‘unief’ van de hondenopleiding, voor de laatste fase. Nu de hond getraind is, moeten de baasjes getraind worden. Tijdens tien intensieve dagen leren ze hoe je met de hond om moet gaan, en wordt vooral ook gekeken ‘op wie de hond verliefd wordt’. Wij bepalen dus niet zelf welke hond we krijgen, er wordt gekeken naar welk baasje de hond het leukst vindt. Gelukkig is die klik vaak wederzijds. De training wordt afgesloten met een theorie‐ en praktijkexamen, waarna we de hond mee naar huis nemen.