Praten met je medeleerlingen, affiches en banners begrijpen of een mailtje sturen naar je werkgever, het lijken allemaal zeer vanzelfsprekende zaken. Voor ongeveer 8% van de Belgische inwoners is dat echter niet zo. Deze mensen leven namelijk met een taalbarrière, wat de alledaagse dingen vaak een stuk moeilijker maakt.

Tekst: Michelle Frison. Foto: Shutterstock.

Diversiteit in Vlaanderen

De laatste jaren neemt het aantal nieuwkomers uit Oost-Europa, Azië en Afrika alleen maar toe in België. Uit onderzoek blijkt dat de diversiteit in België naar nationaliteit, herkomst en dus ook taal steeds blijft stijgen. Dat is niet zozeer negatief. Nieuwkomers dragen bij tot de economie en verlagen de werkloosheidsgraad. Toch brengen anderstalige nieuwkomers ook uitdagingen met zich mee, voornamelijk op vlak van communicatie. Hoe ver moet een land als België gaan om ervoor te zorgen dat iedereen alles begrijpt? Een moeilijk vraagstuk, zonder eenduidig antwoord.

Taalbarrières in het onderwijs

De sector waarin taalbarrières het vaakst optreden is het onderwijs. Communicatie tussen ouder en school is belangrijk. De ouderbetrokkenheid moet hoog zijn om de slaagkansen van het kind te optimaliseren. Met anderstalige ouders verloop deze communicatie echter vaak een stuk moeizamer. Aangepaste boodschappen met meer begeleiding en ondersteuning zijn noodzakelijk, zodat àlle ouders op de hoogte zijn van het gaan en laten van de school.

Schoolcommunicatie aanpassen is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Volgens de taalwetgeving is een school een openbare dienst. Dat wil zeggen dat de communicatie van Vlaamse scholen officieel enkel in het Nederlands mag gebeuren. Hetzelfde geldt voor Wallonië in het Frans. In de praktijk zijn er echter enkele uitzonderingen. Je mag als school communiceren in een andere taal als:

  • je duidelijk een Nederlandstalige school blijft, en dus geen twee- of meertalige.
  • je een goede reden hebt om die andere taal te gebruiken. (Bv: als je een anderstalige ouder dringend over iets moet inlichten).
  • je de vreemde taal altijd naast het Nederlands gebruikt, en de anderstalige boodschap niet meer info dan de Nederlandstalige bevat.
  • de anderstalige communicatie alleen bestemd is voor anderstalig publiek.

Door deze uitzonderingen op de regel verloopt de communicatie tussen scholen en anderstalige ouders iets minder moeizaam. Zo zijn ouders toch mee met de vorderingen van hun kind, tijdens hun leerproces van de Nederlandse taal.

Taalbarrières in de zorg

Ook in de zorgsector is er vaak sprake van taalbarrières. Ongeveer de helft van de patiënten met een migratieachtergrond spreekt onvoldoende Nederlands om een grondig gesprek met een hulpverlener te voeren. Dat is een zorgwekkende constatering, in een land waar mensen met zo’n diverse taalachtergronden leven. Zeker aangezien hulpverleners je leven kunnen redden en communicatie in ernstige gevallen vaak de beslissende factor is tussen leven of dood.

Tegenwoordig bestaat er wel al een tolkenbeleid in de zorgsector. Zo kwam er zopas de ‘Tolkentelefoon App’. Dat is een app die taalbarrières in de zorgsector doorbreekt door het mogelijk te maken om professionele tolken in te zetten, op elk moment dat je ze nodig hebt. Zo begrijpen de zorgverleners de zorgvraag beter, terwijl patiënten beter begrijpen welke behandeling zij precies krijgen. Met de app gaat de kwaliteit van de zorg voor anderstaligen een heel stuk naar omhoog. Een dergelijke tolk app wordt tegenwoordig ook ingeschakeld in de juridische wereld.

Allemaal mensen

Ook in het alledaagse leven ondervinden mensen met taalbarrières vaak moeilijkheden. Eenvoudige dingen als naar de kapper gaan en uitleggen wat je precies wilt, of op restaurant gaan en de menukaart lezen, vormen vaak een hele opgave. Denk maar aan hoe jij je voelt op vakantie, als je weer eens niets begrijpt van de anderstalige menukaart.

Het is belangrijk dat we niet vergeten dat deze mensen vaak niet vrijwillig naar België zijn gekomen. Angst voor oorlog, geweld en economische verwoesting dreef deze mensen vaak uit hun land van herkomst.

Meestal zijn nieuwkomers, in tegenstelling tot wat sommigen denken, wél bereidwillig om zich in te burgeren in het land waar ze verblijven. Dit proces heeft echter vanzelfsprekend wat tijd nodig. Zou jij, als je morgen naar Syrië moest vluchten, binnen het half jaar al vlot Syrisch kunnen praten? Ik betwijfel het. Daarom is het belangrijk dat je interesse en bereidwilligheid toont om te communiceren met anderstalige nieuwkomers. Met handgebaren, beelden en gezichtsuitdrukkingen kom je al een heel eind. Je kan mensen met een taalbarrière op die manier ook motiveren om Nederlands te leren.