Gehoor: het vernemen van geluiden, het vermogen om te horen (Van Dale, 2019). Dat is wat 1 op de 12 mensen in Vlaanderen niet of nauwelijks kennen. Een grote doelgroep dus, waar wij als communicatieprofessionals eerder weinig over weten. Daarom deed ik een interview met Hilda De Maere. Ze communiceert al van kleins af aan met haar ouders in de Vlaamse Gebarentaal (VGT). Sinds de geboorte van haar doof zoontje werd haar belangstelling voor de taal alleen maar groter.

Tekst: Sarah Baus. Foto: Shutterstock.

Vlaamse Gebarentaal: een taal, variant of dialect?

Hilda De Maere: “Elk land, en zelfs iedere streek, heeft zijn eigen gebarentaal. Zo heeft België twee officiële gebarentalen: de Vlaamse Gebarentaal en de Waalse Gebarentaal. Dat zijn talen op zich, met een eigen structuur, grammatica en lexicon, net zoals gesproken talen. Je vertaalt Nederlands naar Vlaamse Gebarentaal op dezelfde manier als je Nederlands naar Frans zou vertalen. De gebarentalen hebben niets te maken met de gesproken talen in dezelfde regio. Ze staan dus helemaal op zichzelf.”

“Daarnaast zijn er in Vlaanderen vijf varianten van de Vlaamse Gebarentaal. Die kan je vergelijken met dialecten in het gesproken Nederlands. Jaren geleden gingen alle dove kinderen naar een dovenschool. De varianten zijn toen ontstaan in de vijf verschillende dovenscholen in Vlaanderen. Omdat kinderen nu veel vaker in het regulier onderwijs geïntegreerd worden, en ook dankzij sociale media en moderne technologieën, worden de varianten momenteel minder uitgesproken en ontstaat een natuurlijk standaardisatieproces.”

“De sterkte van VGT is dat we ook simultaan werken. Gebarentaal is dus helemaal niet traag.”

“Alle gebarentalen zijn visueel en maken gebruik van lichaamstaal. Dat maakt dat doven onderling zich zeer gemakkelijk aanpassen aan een andere gebarentaal. Dat is een eerste groot voordeel van de gebarentalen. Daarnaast is de simultaneïteit van de talen een grote sterkte. We gebaren met onze handen en laten op hetzelfde moment ons gelaat spreken. Zo geven we veel meer informatie tegelijkertijd. Het simultaan werken is een sterk argument om te zeggen dat Vlaamse Gebarentaal absoluut niet traag is.”

“Uiteraard hebben we wel wat zogenaamde lag time tijdens het tolken, maar dat is bij gesproken talen ook zo. We kunnen namelijk niet vertalen wat nog niet gezegd is. Bovendien is een zin in Vlaamse Gebarentaal zo opgebouwd dat het belangrijkste eerst komt. In het Nederlands moeten we vaak wachten tot het einde van de zin om te weten wat het concept is. Een goede tip aan sprekers die te maken krijgen met tolken VGT: Goed doorpraten, zo weten we waar de zin naartoe gaat en moeten we niet wachten om te vertalen.” (lacht)

Gehoorimplantaten of gebarentaal?

“In het ideale geval spreken we van een en-en-verhaal, maar dat is jammer genoeg niet altijd het geval. Wanneer een baby’tje doof geboren is, krijgt die binnen de acht maanden een gehoorapparaat geïmplanteerd. Daarnaast wordt vanuit de medische wereld enorm gepusht om die kinderen zoveel mogelijk te laten praten. Het is allemaal heel fijn dat dat kan, maar dat is niet het enige kanaal om te communiceren. Natuurlijk wil je als ouder het beste voor je kind. Als dat dan het enige verhaal is dat je te horen krijgt, ga je daar automatisch in mee. Het hangt er dus sterk vanaf met wie je het eerst in contact komt na zo’n diagnose.”

“De informatie die mensen krijgen van dokters is vaak veel te gekleurd. Maar wat bij sporten, of wanneer de apparatuur niet meer werkt? Dan kan dat kind helemáál niet meer communiceren? Het zou op zijn minst de keuze moeten hebben over hoe hij of zij communiceert. Wij raden dus altijd aan om, naast het trainen van het gehoor en de spraak, ook zo vroeg mogelijk gebarentaal te leren. Hier en daar zien we al verandering in de communicatie naar de ouders toe, maar er is nog veel werk aan de winkel.”

Vlaamse Gebarentaal en communicatiemanagement

“We zien dat mensen, meestal door onwetendheid, vaak nogal een gesloten houding hebben tegenover de dovengemeenschap. Sinds we deel uitmaken van de Arteveldehogeschool, krijgen we wel de kans om meer zichtbaarheid te creëren binnen andere opleidingen, en dus ook binnen communicatiemanagement. We zijn al volop aan het brainstormen over een samenwerking in de toekomst, maar voorlopig proberen we studenten te prikkelen via workshops en maken we ze zo bewust van deze vaak vergeten doelgroep.”

Wil je graag meer weten over de dovengemeenschap of de Tolkenopleiding Vlaamse Gebarentaal? Neem dan zeker eens een kijkje op hun website.